Ministeriële regeling vaststelling bedragen inkomstenbelasting 2019
Ministeriële regeling met algemene werking van de 10de december 2018 ter uitvoering van artikel 25, eerste lid, val de Landsverordening op de inkomstenbelasting 194|
Datum inwerking- treding |
Terugwerkende kracht tot en met |
Datum ingetrokken |
Betreft |
Bron bekendmaking |
Kenmerk |
|
1-1-2019 |
Nieuwe regeling |
P.B. 2018, no. 77 |
Artikel 1
De tabel, bedoeld in artikel 24, eerste lid, wordt vastgesteld als volgt:
Meer dan |
doch niet meer dan |
bedraagt de belasting |
Benevens voor elk bedragen boven dat in kolom I |
| Bedragen inkomstenbelasting 2019 | |||
| I | II | III | IV |
| 0 | 30.643 | 0 | 9,75 % |
| 30.643 | 40.858 | 2.988 | 15,00% |
| 40.858 | 61.287 | 4.520 | 23,00% |
| 61.287 | 86.823 | 9.219 | 30,00% |
| 86.823 | 127.681 | 16.879 | 37,50% |
| 127.681 | 32.201 | 46,50% | |
Artikel 2
De bedragen, bedoeld in artikel 24A, worden vastgesteld als volgt:- De basiskorting, bedoeld in het tweede lid, wordt vastgesteld op: NAf 2.222,-.
- De alleenverdienertoeslag, bedoeld in het derde lid, wordt vastgesteld op: NAf 1.395,-.
- De ouderentoeslag, bedoeld in het zesde lid, eerste volzin, wordt vastgesteld op: NAf 1.052,-De overdraagbare ouderentoeslag, bedoeld in het zesde lid, tweede volzin, wordt vastgesteld op: NAf 527,-.
- De kindertoeslag, bedoeld in het zevende lid, wordt vastgesteld als volgt:
- voor categorie I: NAf 743,-;
- voor categorie II: NAf 372,-;
- voor categorie III: NAf 97,-;
- voor categorie IV: NAf 75,- .
Artikel 3
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.
Artikel 4
Deze regeling wordt aangehaald als: Ministeriële regeling vaststelling bedragen inkomstenbelasting 2019.
