Zoek binnen de Belastingdienst

Uitstel van betaling
voor particulieren

Uitstel van betaling

  1. Algemeen
  2. Bevoegdheid tot uitstel
  3. Wanneer uitstel van betaling
  4. Uitstel in verband met bezwaar tegen de aanslag
  5. Uitstel in verband met een te verwachten teruggaaf
  6. Uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen

Algemeen

De belastingschuldige kan een verzoek tot uitstel van betaling indienen. Hiervoor geldt het volgende beleid.
De heffingswetten regelen de betalingstermijn van de opgelegde aanslagen. Per belastingmiddel zijn de termijnen verschillend. Ze zijn mede afhankelijk van de vraag of er een voorlopige dan wel definitieve aanslag wordt opgelegd. Indien voldoening binnen deze termijnen niet mogelijk is kan uitstel van betaling worden verzocht. Uitgangspunt van het beleid zal zijn dat zoveel mogelijk getracht zal worden de aanslagen te innen binnen de vastgestelde termijnen. Na het verstrijken van de wettelijke termijn zal een aanmaning worden gezonden naar de belastingschuldige.

Bevoegdheid tot uitstel

Ingevolge artikel 6 van de Invorderingsverordening 1954 A kan de Ontvanger op verzoek van de belastingschuldige uitstel van betaling verlenen, indien onafwijsbaar blijkt dat de belastingschuldige door bijzondere omstandigheden, buiten zijn wil, niet bij machte is aan de voorgeschreven betalingsregeling te voldoen. Het hierna omschreven uitstelbeleid is tevens van toepassing op opdrachten die aan de Ontvanger zijn toegezonden indien en voorzover de bepalingen en voorschriften het verlenen van uitstel van betaling door de Ontvanger toestaan. Hoewel artikel 6 een duidelijke aanwijzing inhoudt welke omstandigheid bij de belastingschuldige een rol moeten spelen om voor uitstel in aanmerking te komen zal het beleid van de Ontvanger met andersoortige feiten en omstandigheden rekening houden. Wel brengt de omstandigheid dat uitstelverlening een inbreuk vormt op de wettelijke betalingsregeling met zich mede, dat uitstel alleen wordt verleend indien dit nodig en verantwoord is.
terug naar boven

Wanneer uitstel van betaling

De Ontvanger is bereid uitstel van betaling te verlenen indien:

  1. de hoogte van de aanslag wordt betwist, uitstel voor het bestreden bedrag;
  2. belastingschuldige binnen afzienbare tijd een teruggaaf van belasting verwacht welke kan dienen voor de volledige voldoening van de aanslag waarvoor uitstel wordt gevraagd;
  3. de aanslag niet binnen de betalingstermijn(en) kan worden voldaan in verband met betalingsproblemen.

Betreft de aanslag winstbelasting dan zal de Ontvanger in beginsel niet afwijken van de wettelijke termijn. De Ontvanger zal alleen schriftelijke verzoeken om uitstel van betaling in behandeling nemen. Gedurende de behandeling van het verzoek om uitstel zal de Ontvanger , behoudens in de gevallen dat hij van oordeel is dat zijn belangen kunnen worden geschaad, geen invorderingsmaatregelen treffen.

Op een verzoek om uitstel zal binnen veertien dagen schriftelijk worden beslist. Bij toewijzing van het verzoek worden de voorwaarden waaronder uitstel van betaling is verleend in de beslissing vermeld en tevens aangegeven dat binnen de wettelijke termijnen of indien deze reeds verstreken zijn, binnen een week betaald moet worden.

Uitstel in verband met bezwaar tegen de aanslag

Bezwaren tegen de hoogte van de aanslag kunnen door middel van een bezwaar of beroepschrift dan wel door middel van een verzoek om verlaging kenbaar worden gemaakt. Een in verband daarmee gevraagd uitstel van betaling kan door de Ontvanger worden verleend.

Uitstel wordt alleen verleend voor het bestreden deel van de aanslag. Het niet bestreden gedeelte moet binnen de daarvoor gestelde termijn worden voldaan. Bij het verzoek om uitstel van betaling dient een afschrift van het bezwaar of beroepschrift te zijn bijgevoegd. Indien er sprake is van een ongemotiveerd tijdig ingediend bezwaarschrift wordt in beginsel uitstel verleend voor een maand teneinde de verzoeker alsnog de gelegenheid te geven het geschrift te motiveren. Blijft de motivatie achterwege dan wordt het uitstel ingetrokken en de invordering voortgezet.

Indien het bezwaarschrift te laat is ingediend verleent de Ontvanger in het algemeen uitstel van betaling voor een periode van maximaal vier maanden. Indien uitstel is verleend blijft in dit geval verrekening van het bestreden bedrag met een teruggaaf op een andere aanslag in afwachting van de uitspraak in het algemeen achterwege. Hiervan zal slechts worden afgeweken als bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. Indien de Ontvanger overgaat tot verrekening zal hij de belastingschuldige daarvan in kennis stellen. Indien op het bezwaar of beroepschrift is beslist wordt het uitstel van betaling schriftelijk, onder opgaaf van redenen ingetrokken.

Uitstel in verband met een te verwachten teruggaaf

Indien binnen afzienbare tijd een door de Ontvanger uit te betalen teruggaaf van belasting en/of premie wordt verwacht, zal de Ontvanger uitstel van betaling verlenen tot het moment waarop de teruggaaf verrekend kan worden met de aanslag waarvoor uitstel werd gevraagd. Van binnen afzienbare tijd te verwachten teruggaaf is sprake als het belastingjaar of belastingtijdvak waarover de teruggaaf wordt gevraagd geheel is verstreken en de formaliteiten nodig voor de teruggaaf zijn vervuld. Het verzoek om uitstel dient in dit verband voldoende inzicht te geven in de hoogte van de te verwachten teruggaaf en er dient een berekening van de te verwachten teruggaaf te zijn bijgevoegd. In beginsel wordt dat uitstel niet verleend voor langer dan zes maanden tenzij een langere termijn na overleg met de Inspecteur redelijk lijkt.

De beslissing op het schriftelijke verzoek van de belastingschuldige zal de Ontvanger binnen veertien dagen nemen. In het algemeen wordt gunstig beslist op een verzoek dat volledig is gemotiveerd. Het verzoek wordt evenwel afgewezen indien geen sprake is van binnen afzienbare tijd te verwachten teruggaaf dan wel andere aanslagen aanwezig zijn waarmee de Ontvanger verrekening beoogt en de wettelijke bepalingen die verrekening niet verhinderen. Indien op het verzoek om teruggaaf is beslist wordt het uitstel ingetrokken.

Uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen

Indien belastingschuldige niet binnen de wettelijke termijn de gehele belastingschuld kan voldoen en hij door buitengewone omstandigheden buiten zijn wil niet bij machte is de schuld uit aanwezig vermogen of inkomen te voldoen, zal de Ontvanger op daartoe gedaan schriftelijk verzoek, uitstel van betaling verlenen. Dit kan zich in het algemeen voordoen bij cumulatie van aanslagen en -voor wat particulieren betreft- bij een (tijdelijke) terugval van inkomen.
Uitgangspunt hierbij is, dat voor een uitstel in verband met een betalingsregeling die langer loopt dan tien maanden na de laatste vervaldag van de aanslag, zekerheid dient te worden gesteld. Bij de beoordeling van een verzoek om een betalingsregeling zal allereerst worden bezien in hoeverre een oplossing kan worden gevonden door het sluiten van een lening bij een kredietinstelling. Indien dit naar opvatting van de Ontvanger het geval is, zal geen betalingsregeling worden toegestaan. In principe bestaat er voor zakelijke schulden minder aanleiding tot het toestaan van een betalingsregeling dan voor persoonlijke schuld.

De Ontvanger merkt in dit verband de volgende belastingen als zakelijke schulden aan:

  • loonbelasting;
  • winstbelasting;
  • omzetbelasting;
  • “wega di number”, op aangifte, 21/2% van hun omzet per maand;
  • hazardspelen, per jaar waarborgsom via Inningsopdrachten;
  • scheepstonnagerecht.

Vóór tot behandeling van een verzoek om uitstel voor een voorlopige aanslag wordt overgegaan, wordt in samenspraak met de Inspecteur bezien of de desbetreffende aanslag mogelijk verminderd kan worden. Indien dit het geval blijkt te zijn, zal worden bevorderd dat een verzoek om vermindering wordt gedaan.