Zoek binnen de Belastingdienst

Betalingsregeling
voor particulieren

Betalingsregeling

  1. Algemeen
  2. Voor ondernemers

Algemeen

Zowel voor particulieren als ondernemers geldt dat teruggaven van belasting tijdens de looptijd van de betalingsregeling in het algemeen afgeboekt worden op de openstaande belastingschuld. Dit is dan niet van invloed op de hoogte van het periodiek af te lossen bedrag.

Een verzoek om een betalingsregeling zal in het algemeen worden afgewezen in de volgende gevallen indien:

  • zonder bezwaar elders krediet kan worden verkregen om de belastingschuld te voldoen dan wel vermogensobjecten te gelde kunnen worden gemaakt;
  • de berekende betalingscapaciteit zodanig is dat de schuld direct kan worden voldaan;
  • de regeling zich uitstrekt over een voor de Ontvanger onaanvaardbare termijn;
  • de betalingsproblemen structureel zijn en een betalingsregeling volgens de Ontvanger geen uitkomst zal bieden;
  • de medewerking van de verzoeker door de Ontvanger onvoldoende wordt geacht;
  • onjuiste gegevens worden verstrekt;
  • de gevraagde gegevens niet (volledig) binnen de door de Ontvanger daartoe gestelde termijn zijn verstrekt;
  • een eventueel gevraagde zekerheid niet wordt gesteld.

Een verleend uitstel van betaling zal worden ingetrokken indien:

  • niet aan de voorwaarden wordt voldaan waaronder het uitstel is verleend;
  • tijdens de betalingsregeling blijkt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt;
  • er naar het oordeel van de Ontvanger een situatie ontstaat dat de verhaalbaarheid van de belastingschuld, waarvoor uitstel is verleend, ernstig in gevaar komt.

Het intrekken van een uitstel wordt schriftelijk aan de belastingschuldige medegedeeld onder opgaaf van reden(en).

Voor ondernemers

Voor de winstbelasting kan in beginsel maximaal vier maanden uitstel van betaling worden verleend. Een betalingsregeling zal de Ontvanger dan ook alleen verlenen indien de onderneming als voldoende levensvatbaar moet worden beschouwd en er tevens geen andere kredietfaciliteiten meer openstaan.

Uitstel wordt verleend onder voorwaarde dat de lopende verplichtingen worden bijgehouden.

Dit uitstel wordt verleend voor maximaal vier kalendermaanden. Indien een betalingsregeling wordt getroffen dan zal deze regeling gebaseerd zijn op de liquiditeit van de onderneming .

Onder liquiditeit wordt in dit verband verstaan de mate waarin de onderneming, gedurende de periode waarin uitstel wordt genoten, in staat is haar verplichtingen, waaronder de nieuw opkomende fiscale verplichtingen te voldoen. Is een onderneming daartoe niet in staat dan zal een betalingsregeling niet in de rede liggen. De betalingscapaciteit van de onderneming wordt bepaald aan de hand van de door de ondernemer te overleggen liquiditeitsbegroting van de onderneming. In het algemeen blijven bij de berekening van de betalingscapaciteit de aflossingsverplichtingen aan derden buiten beschouwing indien de schuld aan de belastingdienst een hogere preferentie heeft.