Inkomstenbelasting

 

Uiterste inleverdata:

Inkomstenbelasting:
60 dagen na uitreiking

Omzetbelasting:
15e dag van de volgende maand

Loonbelasting:
15e dag van de volgende maand

Winstbelasting:
- voorlopige aangifte:
3 maanden na afloop van het boekjaar
- definitieve aangifte:
6 maanden na afloop van het boekjaar

Verzamelloonstaat 2015:
1 april 2016

Definitief vertrek uit Curaçao
Ieder belastingplichtige die het land verlaat, dient zich minstens 8 weken voor vertrek bij de Inspectie der Belastingen te melden voor het verkrijgen van een verklaring inzake zijn belastingaangelegenheden
 

Home | Downloads | Nieuws | Ondernemers | Over de belastingdienst | Belastingdienst | Sitemap | FAQ | Zoeken | Wetgeving

 
 Belastingen > Inkomstenbelasting > Aftrek studiekosten studerende kinderen

 

 

Aftrek studiekosten studerende kinderen

De Inspectie der Belastingen maakt bekend dat voor de inkomstenbelasting met ingang van belastingjaar 2006 de aftrekregeling buitengewone lasten studiekosten stringenter zal worden toegepast. [De tot op heden gebruikte formule waarin fictief bedragen zijn opgenomen voor kosten levensonderhoud van de student en voor “zuivere studiekosten” zal niet langer worden gehanteerd.]
De wet schrijft voor dat slechts de op de ouder drukkende uitgaven die betrekking hebben op de “zuivere studiekosten” voor aftrek in aanmerking komen. Onder “zuivere studiekosten” worden verstaan de kosten voor school- of collegegeld, boeken en ander verplicht lesmateriaal. Kosten gemaakt voor computers, printers, geluidsapparatuur, muziekinstrumenten en dergelijke zijn uitdrukkelijk van aftrek uitgesloten.
Tot de aftrekbare kosten worden ook gerekend de door de ouder gedragen kosten van één retourticket per kind per jaar, indien het kind in Nederland of elders in het buitenland studeert.

Met betrekking tot de in Nederland studerenden neemt de Inspecteur het volgende standpunt in ten aanzien van de “zuivere studiekosten”.
Bij de jaarlijkse vaststelling van de hoogte van de Nederlandse studiebeurs wordt uitgegaan van vaste bedragen voor onderwijsbijdrage en boeken/leermiddelen (de “zuivere studiekosten”). Deze bedragen liggen rond de € 1500,= (voor MBO-studenten) en € 2000,= (voor HBO- en WO-studenten) euro per jaar.
Op basis van deze gegevens gaat de Inspecteur ervan uit dat wanneer de “zuivere studiekosten” op jaarbasis niet meer bedragen dan naf. 3375,= (MBO) respectievelijk naf. 4500,= (HBO/WO) deze volledig worden gedekt door de beurs die de student geniet. Bedragen de “zuivere studiekosten” meer, en worden ze door de ouder vergoed, dan is dat meerdere aftrekbaar. Een en ander zal dan wel door de ouder met bewijzen moeten worden aangetoond.
Eveneens is aftrekbaar een gedeelte van de bijdrage die de ouder aan de SSC moet betalen. Dat gedeelte wordt gesteld op 20% (MBO) resp. 25% (HBO/WO) van die bijdrage, omdat die gedeelten geacht kunnen worden betrekking te hebben op “zuivere studiekosten”. Deze berekeningswijze is ook door een uitspraak van de Raad van Beroep voor Belastingzaken, bij beschikking d.d. 18 januari 2006, nr. 2004/629, 630, bevestigt.

In het geval een student geen studiefinanciering ontvangt en de ouder hem financieel ondersteunt zal van die bijdrage ook weer 20 resp. 25% als zuivere studiekosten kunnen worden aangemerkt. Het totaalbedrag dat op basis van de budgetberekening voor zuivere studiekosten moet worden uitgetrokken ( MBO max. naf 3.375,= en HBO, WO naf 4.500,=) mag daarbij niet worden overschreden.

Voor de student MBO/HBO die op Curaçao zijn opleiding volgt kent de SSC een afwijkende vorm van studiefinanciering. Ook de verplichte ouderlijke bijdrage wordt anders berekend. Voor deze gevallen wordt akkoord gegaan met de aftrek van het volledige bedrag van de verplichte ouderlijke bijdrage.

Voor de Curaçaose student die aan de UNA studeert geldt voor de collegejaren 2004/2005 en 2005/2006 een nieuwe vorm van studiefinanciering die door het Land wordt gefinancierd en uitgevoerd wordt door de SSC. Deze vorm van studiefinanciering is gebaseerd op de Nederlandse studiebeurs. Van alles wat de ouder bijdraagt tot het maximale bedrag dat in dat systeem voor een inwonende respectievelijk uitwonende student is uitgetrokken (naf. 1174,05 respectievelijk naf. 1543,63) is 25% aftrekbaar, omdat dat gedeelte geacht kan worden betrekking te hebben op “zuivere studiekosten”.