Grondbelasting

 

Uiterste inleverdata:

Inkomstenbelasting:
60 dagen na uitreiking

Omzetbelasting:
15e dag van de volgende maand

Loonbelasting:
15e dag van de volgende maand

Winstbelasting:
- voorlopige aangifte:
3 maanden na afloop van het boekjaar
- definitieve aangifte:
6 maanden na afloop van het boekjaar

Verzamelloonstaat 2015:
1 april 2016

Definitief vertrek uit Curaçao
Ieder belastingplichtige die het land verlaat, dient zich minstens 8 weken voor vertrek bij de Inspectie der Belastingen te melden voor het verkrijgen van een verklaring inzake zijn belastingaangelegenheden
 

Home | Downloads | Nieuws | Ondernemers | Over de belastingdienst | Belastingdienst | Sitemap | FAQ | Zoeken | Wetgeving

 
Belastingen > Grondbelasting > Grondbelasting

 

 

Grondbelasting


De Grondbelasting is een jaarlijkse belasting over de waarde van onroerende goederen gelegen op de Nederlandse Antillen.
Zij wordt geheven krachtens de Grondbelastingverordening 1908 (P.B. 1908/27).
 

Belastingplicht 

Belastingplichtig is degene die op 1 januari het genot heeft van de onroerende goederen, krachtens het recht van eigendom, bezit of ander zakelijk recht.

Belastingplichtigen kunnen derhalve zijn:

  1. De eigenaren
  2. De genieters van het recht van erfpacht
  3. De genieters van het recht op vruchtgebruik
Indien een pand wordt verhuurd, kan de huurder niet worden aangeslagen voor de grondbelasting, omdat hij het genot van het onroerend goed heeft krachtens een persoonlijk recht. De eigenaar zal in dit geval aangeslagen worden.

Grondbelasting is een zakelijke belasting, d.w.z. een belasting welke geen rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden van belastingplichtigen. Het feit dat belastingplichtige gehuwd is, of veel of weinig inkomen geniet is voor de grondbelasting niet relevant.
De Grondbelasting houdt slechts rekening met het belastingobject, nl de gebouwde en ongebouwde eigendommen.
 

terug naar boven

Het tarief

De Verordening maakt t/m het jaar 2001 voor het tarief een onderscheid tussen gebouwde en ongebouwde eigendommen:
- Gebouwde eigendommen: 0,6 %
- Ongebouwde eigendommen: 0,5%.

Het perceel wordt dan als bebouwd aangemerkt indien de daarop gebouwde woning of kantoor geschikt is om te worden gebruikt.
Voor het jaar 2002 en verder is er een nieuw wetsvoorstel die alsnog moet worden goedgekeurd.
Met dit wetsvoorstel komt de onderscheid tussen gebouwde en ongebouwde percelen te vervallen en wordt het tarief verlaagd naar 0,3%.

Het tarief wordt toegepast op de belastbare waarde.

Er zijn vier methoden om de belastbare waarde van gebouwen vast te stellen. Welke methode men moet hanteren hangt af van de omstandigheden en aard van het gebouw.

  1. Belastbare waarde = jaarlijkse huurprijs X 12,5
  2. Belastbare waarde = jaarlijks huurprijs van een ander gelijksoortig gebouw in hetzelfde of naburig gelijksoortig district X 12,5
  3. Belastbaar waarde = 1% van de kostprijs van gelijke nieuw te bouwen gebouwen X 12,5.
  4. Belastbare waarde = verkoopwaarde van het gebouw.

terug naar boven

Vrijstellingen

In de verordening zijn een aantal vrijstellingen opgenomen:
a. overheidsgebouwen (en gronden), gebruikt voor openbare diensten;
b. onroerende goederen van Nederland, gebruikt voor openbare diensten;
c. kerken en andere gebouwen voor openbare erediensten;
d. begraafplaatsen met aanhorige gebouwen;
e. scholen (m.u.v. kostscholen);
f. zieken- en armenhuizen;
g. gebouwen, dienende ten algemene nutte (m.u.v. ontspannings- en vermaaksgebouwen).

terug naar boven

Het belastingjaar

Het belastingjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december. Het belastingjaar is dus gelijk aan een kalenderjaar.

terug naar boven

Het belastingtijdvak

De belasting wordt door de Inspecteur der Belastingen bij aanslag vastgesteld. De vaststelling van de aanslagen geschiedt voor een tijdvak van vijf jaren. Is de waarde voor het tijdvak bepaald dan wordt deze waarde gedurende vijf jaar in beginsel niet gewijzigd. De vaststelling houd in dat, behalve uitzonderingsgevallen, de belastingplichtige gedurende vijf jaar elk jaar hetzelfde bedrag aan grondbelasting dient te betalen. De meest recente periode van vijf jaar omvat de jaren 2002 tot en met 2006.

Wijziging van de waarde tijdens het tijdvak

Alleen in de volgende gevallen kan de waarde gedurende het vijfjarige tijdvak wijziging ondergaan:
1. Eigendomsovergang (ruil, schenking, verkoop, erfrechtelijke verkrijging enz.);
2. De geheel of gedeeltelijk belastbaar woorden van onbelaste goederen en omgekeerd;
3. Bijbouw of gedeeltelijke afbraak of vernieling;
4. Gehele of gedeeltelijke afbraak of vernieling;
5. Splitsing en/ of vereniging

Bij eigendomsovergang, bedoeld in punt 1, wordt alleen de aanslag opnieuw vastgesteld op de naam van de nieuwe eigenaar. De overgang heeft dus geen wijziging in het bedrag van de aanslag ten gevolge, tenzij de overgang gepaard gaat met vernieuwing, verandering, bijbouw enz.

Bij de wijziging, genoemd in punten 2 tot en met 5, worden aangebracht in het jaar volgende op het jaar van verandering.
 

terug naar boven

Bezwaar en beroep


Als de belastingplichtige niet eens is met de aanslag grondbelasting, kan hij in bezwaar gaan. Krachtens de nieuwe bepaling van artikel 28 grondbelastingverordening kan belastingplichtige binnen twee maanden na dagtekening van de van het aanslagbiljet in bezwaar bij de Raad van Beroep.
Let op: bezwaar is alleen mogelijk tegen de eerste aanslag van het tijdvak.

terug naar boven

Afspraak

De Inspectie der Belastingen heeft in overleg met de Raad van Beroep in belastingzaken de volgende afspraak gemaakt. Bezwaarschriften worden eerst ingediend bij de Inspecteur der Belastingen. Bezwaarschriften die zijn ingediend bij de Raad van Beroep in belastingzaken worden doorgeleid naar de Inspecteur voor verdere afhandelingen. Indien de Inspecteur het verzoek moet of gedeeltelijk niet kan honoreren, wordt de zaak aan de rechter voorgelegd.

terug naar boven